17-05-07

er was eens koeligheid.

Een sprookjesbos, het zou iets fijns kunnen zijn. In Westerlo is het heel veel bos en een paar kartonnen sprookjesfiguren. De boslucht en de figuren van de omgewaaide bomen inspireerden meer dan genoeg om er een echt sprookje van te maken. Mijn neefje heeft uren een verhaal verzonnen  over  kabouters en hoe ze leven en waar ze zich verstoppen, want kabouters zie je niet. Dan kwam hij weer met een stukje mos aanzetten om te laten zien waar de kabouters hun tanden hadden ingezet. Dan moesten we weer allemaal stil zijn om het kabouterlied héél in de verte te aanhoren.  

 

Heel vroeger had mijn vader een tijdlang een vaste vriendin, P. En P. deed er alles aan om het me naar m’n zin te maken. Ze knutselde met me, we gingen samen zwemmen, ze kookte voor ons, ze was een heel fijne vrouw, in mijn ogen. Ze wilde enkel uit mijn vaders mond ontfutselen dat hij voor haar koos en dat deed mijn vader niet, integendeel. Hij en P. hadden heel veel ruzie. Zij wilde met hem en mij gaan samenwonen, een toekomst opbouwen met z’n drietjes maar dat wilde hij niet. Telkens als ze er over begon werd mijn vader kwaad en stuurde haar weg. Zo zijn ze een tijdje doorgegaan, tot P.op een dag niet meer terug kwam. Mijn vader zei dat we haar “gelukkig” nooit meer zouden zien. “Dat kutwijf.”, mompelde hij tussen z’n tanden.  P…. Tot op van vandaag ruik ik haar soms nog , ze had een heel specifiek parfum. Heel lekker. Ik kon tegen haar borsten verdwalen en zij vertelde dan op fantastische wijze allerlei sprookjes. Ze hield zich nooit aan het boek. Nee, ze vertelde het verhaal altijd op zo’n manier dat ik één van de hoofd of bij – figuren was. Soms was ik de schone slaapster, een andere keer was ik dan weer de wolf. Twee jaar geleden kregen we een geboortekaartje van P.’s eerste kindje; Tim. Ook Tim was één van de figuren uit de sprookjes die P. me vertelde. Ik heb het kaartje nooit aan mijn vader laten zien maar als ik er aan rook dan rook ik dat heerlijke parfum van haar. Ik denk dat ze een fijne mama is…

 

Mijn tante, de moeder van mijn neefje, is heel hard met haar uiterlijk en hoe de buitenwereld over haar denkt bezig. Zij wil positief in dit leven staan,zegt ze. Maar als mijn neefje met vuile handen aan haar broek komt krijgt ze haast een zenuwinzinking. HAAR WITTE BROEK! Maar ze is o zo gelukkig in haar job,ze draait o zo verschrikkelijk veel over – uren, is o zo nooit thuis als mijn neefje wakker is, en ze heeft o zo fijne collega’s. Tegelijk heeft ze o zo weinig tijd voor zichzelf omdat “dat kind” zo veel aandacht vraagt. Maar vergis je niet, mijn tante is gelukkig! Voor mijn tante is geluk een broek die in de kast hangt. Alle gekheid op een stokje, mijn tante loopt zichzelf met de elegantie van een glossy magazine voorbij.En niet alleen zichzelf maar ook mijn neefje. Van haar man moet ze niet al te veel hulp verwachten; hij heeft ook een druk drukke job en is enkel aan het stoefen over de manier waarop hij met zijn leasingwagen elke zondag naar Brussel rijdt om pistolets te kopen, snel, veel te snel scheurt hij langs het koninklijk paleis naar de hoofdstad. “Mijnen baas betaalt de kilometers!”, en dan lacht hij. Wat zeg ik? Scheurt hij z’n River Woods trui van het lachen. Dit is  Cool! Dit is gaaf! U is…Met iets anders zijn ze niet bezig. Hopelijk vallen ze gauw in heel diepe slaap en als ze wakker worden... Ooit, op een dag.

 

22:38 Gepost door Paola in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Als men niet stilstaat bij het leven, kan men het ook niet leren appreciëren. Ouders leven tegen 10.000 km/u en heel af en toe staat ze stil 0 km/u. Dan zegt gebruiken de ouders ineens heel andere woorden "wauw en fijn".
Misschien moeten we wat vaker stilstaan.

Gepost door: Ruben | 18-05-07

De commentaren zijn gesloten.